Een gezond soort zot: Wim leert 20.000 mensen solderen

Wim Van Gool (38) is iemand die niet kan stilzitten. In het dagelijks leven is hij projectleider bij Dekimo, waar hij zich bezighoudt met elektronica ontwikkeling. Eén avond per week begeeft hij zich naar Area 3001, zijn hackerspace in Fablab Leuven. Daarnaast is hij mede-organisator van het tweejaarlijkse Fri3d Camp, een gezinsvriendelijk zomerkamp voor hackers, en heeft hij samen met zijn broer de onderneming Phyx, waar hij enkele van zijn projecten verkoopt en ook op vraag ontwerpt.
Wat bracht je oorspronkelijk bij FabLab Leuven?
Ik ben hier terechtgekomen tijdens mijn master elektronica en ICT, toen ik bezig was met mijn thesis. Ik heb toen een volledig domotica systeem ontworpen. Dat is een systeem dat in je huis de verlichting en andere apparaten kan sturen. Mijn promotor, Koen Buys, zei me dat FabLab handig zou kunnen zijn voor het testsysteem en de behuizing. Zo ben ik hier een keer binnengewandeld. Ik zat in die tijd in Leuven op kot en miste het werkmateriaal van bij mijn ouders thuis. Dankzij FabLab had ik toch een werkplaats, een plek waar ik handig kon bezig zijn.
Vanwaar je keuze om zelf een domotica systeem te maken?
Een domotica systeem is een manier om intelligentie in je woning te steken. Er bestonden veel professionele aanbieders van, maar die waren allemaal heel duur. Er was ook geen enkele die iets aanbood dat je zelf kon maken. Dat vond ik een gemis als student, dus heb ik een domotica systeem gemaakt dat je volledig zelf in elkaar kon steken, echt als kit voor hobbyisten.
Wat vond je verrassend aan je ervaring bij FabLab?
Het verrassendste vond ik dat veel mensen dezelfde insteek hadden als ik en hun kennis wilden delen. 3D-printen is bijvoorbeeld een wereld waarin ik niet thuis ben, maar Marc en Thomas dat wel zijn. Als ik niet weet hoe ik iets moet doen, helpen zij direct. Hoewel ik eigenlijk niet veel van 3D-printen ken, staan er intussen verschillende van mijn 3D-modellen in de kast bij FabLab uitgestald. Eén daarvan is een doosje in de vorm van mijn hart. Dat is het ringendoosje waarmee ik mijn vrouw ten huwelijk heb gevraagd. Aan de hand van MRI-beelden heb ik mijn hart kunnen reconstrueren. Die tekening heb ik dan verder aangepast tot een doosje dat ik kon 3D-printen.
Veranderde FabLab iets aan de manier waarop je denkt?
Ja. Ik denk vooral op het vlak van toegankelijkheid van technologie, hoe belangrijk het is om complexe technologie laagdrempelig genoeg te maken, zodat iedereen ermee aan de slag kan. Lang geleden zijn Marc en ik, samen met nog heel wat andere afgevaardigden van FabLabs, naar Madrid gegaan. Toen kwam aan het licht dat er wel voldoende machines zijn, maar dat de moeilijkheid er vooral in zit in dat mensen ze ook moeten kunnen gebruiken.
Heeft FabLab iets veranderd aan het pad dat je hebt afgelegd?
Ja, een concreet probleem als het ging om gebruiksvriendelijkheid was solderen. Solderen is iets heel fijns, maar op zich kan een kind van vier of vijf jaar dat al. Jammer genoeg kostte een kit om een kind te leren solderen 10 à 15 euro. Dat was duur en moest goedkoper kunnen. Daarom ben ik zelf soldeerkits beginnen maken. In het begin was zo’n kit heel simpel, gewoon een onnozel gezichtje met twee led-lampjes en een batterijtje. Dat dekte de lading. Je leerde ermee solderen. Maar ik wou graag iets coolers doen, dus heb ik vliegtuigjes met lampjes ontworpen die kinderen zelf in elkaar moeten steken. Dan hebben ze meteen ook iets waar ze nog mee kunnen spelen, in plaats van dat het gewoon ergens achter in de kast belandt. Zo is er een bal aan het rollen gegaan. Intussen heb ik ook een Space Shuttle ontworpen, op vraag van een Amerikaanse webshop. Die kits zijn zelfs tot bij een Duits ruimtevaartbedrijf geraakt.
Dit jaar ben ik de kaap van twintigduizend soldeerkits gepasseerd. Ik produceer en verkoop die met mijn zaak Phyx. Dat doe ik vooral in bulk. Mijn marge op de kits is zeer laag, want het doel is niet om winst te maken. De bedoeling is om kinderen te leren solderen. Ik heb wel een webshop om mensen te laten zien welke kits we hebben, maar ik zet die prijzen absurd hoog omdat ik niet wil dat ze rechtstreeks bij mij kopen. Ik teken liever dingen dan dat ik bezig ben met inpakken en verzenden. Daarom geef ik heel veel korting wanneer iemand grote hoeveelheden koopt. Dat is voor mij gewoon veel minder werk. Ik heb een voltijdse job, dus er geld mee verdienen interesseert me eigenlijk niet. Wat mij interesseert is het bij-effect: dat heel veel kinderen leren solderen en dat veel mensen ermee aan de slag kunnen. Dat vind ik het leuke eraan. Ik doe Phyx niet vanuit een commercieel standpunt. Het is echt een labor of love. Wanneer ik iets op vraag ontwerp, geef ik trouwens ook korting als ik de plannen online mag publiceren. Op die manier kan iedereen ermee aan de slag gaan.
Tot wat heeft FabLab geleid?
Op een bepaald punt studeerde ik niet meer en kon ik niet meer in FabLab terecht omdat ik zelf werkte tijdens de kantooruren. Een paar like-minded mensen die ook in de buurt woonden, zaten met hetzelfde probleem. We wilden graag na de uren gebruikmaken van de faciliteiten. Zo is het idee geopperd om een hackerspace te beginnen. Hacken is niet wat mensen denken. Het betekent eigenlijk gewoon iets gebruiken waarvoor het door de fabrikant niet bedoeld is. We zijn wel een heel atypische hackerspace. Klassiek is een hackerspace een plek waar de deur altijd open staat en waar iedereen dus kan binnenwandelen. Dat kunnen wij niet doen, omdat we in een gebouw van de KU Leuven zitten. Nieuwe leden komen vaak op uitnodiging. We vragen ook lidgeld, maar dat dient enkel om drank en chips mee te bekostigen. De afspraak met FabLab is dat wij gebruik mogen maken van de machines en dat we in ruil af en toe iets voor hen maken, maar dat is leuk om te doen.
Waar zijn jullie mee bezig in de hackerspace?
We doen heel uiteenlopende projecten. Onlangs zijn we bijvoorbeeld aan de slag gegaan met een thermische printer van de winkelketen Action, die alleen maar werkt met de app van de fabrikant op je gsm. Die printer doet eigenlijk exact hetzelfde als een normale printer, maar is veel goedkoper. Dan schrijven we onze eigen software, zodat je die gewoon met je computer kunt gebruiken. We doen ook meer tastbare dingen. Zo hebben we een Power Tool Drag Race gedaan. Dan laat je elektrisch gereedschap zoals een schuurmachine, een slijpschijf en een boor zo snel mogelijk een bepaalde afstand afleggen. Het belangrijkste voor ons is dat het altijd plezant is.
Het is niet zo dat we altijd met de hele groep samenwerken. Dat gaat ook niet, want niet iedereen komt elke week. We zijn in principe met een man of dertig, maar de vaste kern bestaat uit ongeveer acht personen. Als het echt een drukke dag is, zijn we met een man of vijftien. De insteek is wel dat we samen aan dingen werken en elkaar helpen. We zorgen ervoor dat we voor het algemeen goed werken in plaats van aan privéproducten om te vermarkten. Of, als je iets gaat vermarkten, dat het open source is, en je de plannen beschikbaar maakt.
Een van mijn favoriete projecten die we doen, is de badge voor Fri3d Camp maken. Dat is een stuk programmeerbare elektronica met sensoren en een scherm dat elke bezoeker aan het begin van het festival krijgt. Die badge maken neemt veel tijd in beslag, maar vind ik altijd heel leuk. Het ontwikkeltraject duurt zo’n achttien maanden. De grootste uitdaging bij het ontwerpen van die printplaat is om het visueel mooi en interessant te maken, binnen het strakke budget. Daarnaast moet er veel gesoldeerd en geprutst worden om alle badges klaar te krijgen.
Wat is Fri3d Camp juist?
Fri3d Camp is een hackerkamp voor gezinnen. Gaandeweg is het al wat meer uitgegroeid tot een plek om te maken en te creëren. STEM- en STEAM-educatie komen daar heel sterk aan te pas. We zien dat heel wat gezinnen kinderen hebben met een grote interesse in maken, maar dat er niet veel rond te vinden is. Alle 640 tickets zijn dit jaar puur via mond-tot-mondreclame verkocht. Op Fri3d Camp organiseren wij zelf niets, wij faciliteren. We zorgen ervoor dat er tenten zijn, dat er materiaal is, dat er elektriciteit is… Zo van die dingen. De bezoekers brengen zelf content mee en geven workshops over iets dat ze willen delen en waar ze goed in zijn. Gepassioneerde mensen delen er hun kennis met elkaar. Hoofdzakelijk zijn dat dingen voor kinderen, maar ‘s avonds zijn er evengoed workshops die enkel op volwassenen gericht zijn, zoals iemand die uitlegt hoe je het meeste uit een dynamisch elektriciteitscontract kunt halen. Er worden tijdens het weekend zo’n 150 sessies gegeven door de bezoekers.
Vanwaar komt je belangstelling voor het toegankelijk maken van technologie (voor kinderen)?
Ik vermoed dat dat komt omdat mijn vader directeur was van een basisschool met een beperkt budget. Het jaarbudget voor ICT was 2000 euro, dat is bijna niets. Daarmee moesten computers worden aangekocht, moest er internet zijn en moest alles blijven werken. Dat was een uitdaging. Mijn studentenjob was om op de school van mijn vader er het hele jaar voor te zorgen dat de IT-infrastructuur bleef werken. Ik heb nooit een andere vakantiejob gehad. Mijn nonkel had een computerwinkel waar containers vol oude computers stonden die werden weggegooid. Ik vees die afgedankte computers uit elkaar, sorteerde de onderdelen en puzzelde ze bijeen om terug werkende computers te maken. Mijn doel was toen al om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk kinderen met een computer konden werken.

